Uit eigen voorraad in Marwijksoord Franco geleverd in heel Nederland Ook per volle vracht of trailer 14 dagen bedenktijd
Lava-Meel Lava-Meel Lava-Meel
Bodem

Bodemanalyse van grasland en akker: zo lees je de uitslag

Bodemanalyse binnen? Zo lees je pH, organische stof, NLV, fosfaat en kali op grasland en akker, en zo neem je een goed grondmonster.

· 10 minuten lezen

Pjotter Pjotter Lava-Meel
Bodemanalyse van grasland en akker: zo lees je de uitslag

In het kort

  • Een goede bodemanalyse begint bij het monster: grasland op 0 tot 10 cm, bouwland op 0 tot 25 cm, vóór de bemesting en minstens 6 weken na dierlijke mest.
  • Kijk eerst naar grondsoort, organische stof en pH, en let op de meetmethode: pH-KCl en pH-CaCl2 zijn niet hetzelfde.
  • Fosfaat staat er twee keer op: P-CaCl2 is wat de plant nu kan opnemen, P-Al is de voorraad. Samen bepalen ze je advies en je fosfaatklasse bij RVO.
  • Op grasland hoeven mangaan en selenium volgens het Handboek Melkveehouderij niet in de grond gemeten te worden.

Je bodemanalyse is binnen, en nu? Op het verslag staan tientallen getallen, afkortingen en eenheden. Een deel bepaalt je bemestingsadvies, een deel heb je nodig voor de mestregels en een deel is vooral achtergrond. In dit artikel lees je hoe je de uitslag van grasland en akker leest, van pH tot fosfaat en sporenelementen. Je leest ook hoe je een goed grondmonster neemt. Een uitslag is nooit beter dan het monster.

Lees een bodemanalyse in drie stappen. Kijk eerst naar de basis: grondsoort, organische stof en pH, met de meetmethode erbij. Kijk dan naar de voedingsstoffen: fosfaat en kali staan er als voorraad en als wat de plant nu kan opnemen. Kijk tot slot naar de sporenelementen, en dan alleen naar de elementen die voor jouw gewas tellen.

Eerst het monster: zo krijg je een goede uitslag

Een uitslag is zo goed als het monster. Hoe je zelf een monster steekt, met de route, het aantal steken en de diepte, lees je stap voor stap in pH van je grond meten. Voor een volledige bodemanalyse komen daar een paar punten bij:

  • Neem het monster vóór de bemesting, en minstens 6 weken na dierlijke mest. Anders meet je de mest mee.
  • Houd de laag aan die het advies verwacht: 0 tot 10 cm op grasland en meestal 0 tot 25 cm op bouwland. Het NLV, magnesium en kobalt op grasland rekenen met de laag van 0 tot 10 cm.
  • Ga je grasland opnieuw inzaaien, laat dan de laag onderzoeken die het nieuwe zaaibed wordt. Bij 25 cm ploegdiepte is dat vóór het ploegen de laag van 15 tot 25 cm. Het NLV bepaal je dan in het zaaibed, op 0 tot 20 cm.
  • Wil je de uitslag gebruiken voor fosfaatdifferentiatie bij RVO, dan moet een geaccrediteerd laboratorium het monster nemen. Daarover meer bij fosfaat.
  • Laat één keer in de vier jaar grondonderzoek doen, adviseert het Handboek Melkveehouderij van Wageningen University & Research.

De basis: grondsoort, organische stof en pH

Controleer eerst de grondsoort op het verslag. Veel adviezen hangen ervan af, zoals de gewenste pH. Daarna kijk je naar deze getallen:

  • Organische stof, in procenten. Hoe meer organische stof, hoe meer kalk je nodig hebt voor dezelfde pH-stap. Volgens de beschrijving in het Handboek Bodem en Bemesting kan het gehalte organische stof snel dalen, maar niet snel stijgen.
  • Klei of lutum, in procenten. Dit zegt hoe zwaar een kleigrond is. Op klei en löss telt het mee in het kalkadvies.
  • Koolzure kalk. Bevat zeeklei of zeezand meer dan 2% koolzure kalk (CaCO3), dan geeft het Handboek Bodem en Bemesting geen kalkadvies.
  • De pH, met de meetmethode erbij: meestal pH-KCl of pH-CaCl2. Je kunt pH-KCl omrekenen naar pH-CaCl2; vergelijk nooit twee methodes zonder om te rekenen.

Voor grasland is de gewenste pH-CaCl2 volgens het Handboek Melkveehouderij 5,0 tot 5,6 op zand en klei en pH-CaCl2 4,8 tot 5,4 op veen. Voor bouwland hangt de gewenste pH af van grondsoort, organische stof en bouwplan. Op dekzand met minder dan 5% organische stof en een bouwplan met de helft aardappelen geldt pH-CaCl2 5,3 tot 5,6 als goed. Daaronder adviseert het Handboek Bodem en Bemesting bekalken tot pH-CaCl2 5,3.

Is de pH te laag, dan lees je in grasland bekalken of steenmeel hoe je de kalkgift uitrekent.

Stikstof en zwavel: NLV en SLV

NLV staat voor stikstofleverend vermogen: de stikstof die de bodem zelf per jaar levert, in kg N per hectare. Het lab berekent het NLV uit de organische stikstof in de laag van 0 tot 10 cm. Hoe hoger het NLV, hoe lager het stikstofadvies voor grasland. Bij afwisselend maaien en weiden geeft het Handboek Melkveehouderij deze jaargiften:

NLV (kg N per ha per jaar)Jaargift stikstof volgens het advies
100359 kg N per ha
150334 kg N per ha
200302 kg N per ha
250268 kg N per ha

Het handboek zegt erbij dat je het advies binnen de regels vaak niet kunt volgen, omdat je minder stikstofruimte hebt. Kies dan het advies waarvan de jaargift past bij je ruimte.

Op zandgrond kan er ook een SLV op staan: het zwavelleverend vermogen. Volgens het handboek komt zwaveltekort vooral voor op zandgrond, en dan in de eerste drie sneden. Op kleigrond komt het tot nu toe vrijwel niet voor. Bij een SLV onder 6 kg zwavel per hectare adviseert het handboek op zandgrond 20 kg zwavel voor de eerste en 20 kg voor de tweede snede. Vanaf 17 kg geldt het SLV als voldoende en is extra zwavel niet nodig.

Fosfaat: voorraad, beschikbaarheid en je fosfaatklasse

Fosfaat staat er met twee getallen op. P-CaCl2, soms P-PAE of P-plantbeschikbaar genoemd, is wat de plant nu kan opnemen, in mg P per kg grond. P-Al is de voorraad, in mg P2O5 per 100 gram grond.

Het Handboek Bodem en Bemesting gebruikt een handig beeld. Wat de plant direct kan opnemen, ligt op het bord. Wat hij dit seizoen kan opnemen, staat op tafel. De voorraad voor de komende jaren staat in de keuken, en de rest ligt in de kelder. Elke analysemethode meet een ander deel van die voorraad.

Samen bepalen de twee getallen het advies. Op zandgrond met P-Al 25 en P-CaCl2 1,0 adviseert het Handboek Melkveehouderij voor de eerste snede 25 kg fosfaat (P2O5) per hectare, als het gras minimaal 3,5 g P per kg droge stof moet bevatten. Bij P-Al 40 en dezelfde P-CaCl2 is dat advies nul.

Dezelfde getallen bepalen ook hoeveel fosfaat je mag gebruiken. RVO deelt je grond op basis van P-CaCl2 en P-Al in een fosfaatklasse in. Op de site van RVO stonden in 2026 deze gebruiksnormen; kijk daar voor het lopende jaar:

FosfaatklasseGraslandBouwland
Arm120 kg fosfaat per ha120 kg fosfaat per ha
Laag105 kg80 kg
Neutraal95 kg70 kg
Ruim90 kg60 kg
Hoog (standaard)75 kg40 kg

In een voorbeeldverslag van een groot lab staat grasland met P-Al 45 en P-CaCl2 3,2. In de RVO-tabel voor grasland valt dat in klasse ruim, dus 90 kg fosfaat per hectare. Wil je een andere klasse dan hoog gebruiken, dan gelden de regels van RVO:

  • Een geaccrediteerd laboratorium heeft het monster genomen, volgens het bemonsteringsprotocol.
  • Op 15 mei is de dag van bemonsteren hoogstens 4 jaar geleden.
  • Je geeft de getallen uiterlijk 15 mei door in de Gecombineerde opgave.
  • Pw- en PAL-getallen mogen sinds 2025 niet meer.

Voor het bemestingsadvies op bouwland werd lang het Pw-getal gebruikt. Het Handboek Bodem en Bemesting heeft inmiddels ook adviezen op basis van P-CaCl2 en P-Al.

Kali, CEC, magnesium en sporenelementen

Kali staat op grasland meestal als K-CaCl2, soms K-PAE genoemd: de kali die de plant nu kan opnemen. Het advies rekent ook met de CEC, of met de organische stof als die ontbreekt. De CEC is volgens het Handboek Bodem en Bemesting de hoeveelheid voedingsstoffen die aan het klei-humuscomplex kan binden. Een hogere CEC houdt kali sterker vast, zodat je meer kali nodig hebt voor hetzelfde effect. Een voorbeeld uit het Handboek Melkveehouderij: bij K-CaCl2 60 is het advies voor een eerste maaisnede 110 kg kali (K2O) per hectare als de CEC 300 is, en 40 kg als de CEC 60 is. Een te zware kalibemesting verlaagt volgens het Handboek Melkveehouderij het natrium-, magnesium- en calciumgehalte van het gras. Voor bouwland gebruikt het Handboek Bodem en Bemesting K-CaCl2, CEC en K-CEC. Dat is de opvolger van het oudere K-getal.

Staat de bezetting van de CEC op je verslag, kijk dan ook naar calcium, magnesium en kalium. Volgens de beschrijving in het Handboek Bodem en Bemesting gaat te veel kalium of magnesium aan de klei, of te weinig calcium, samen met een slechtere structuur.

Een tekort aan magnesium in gras komt volgens het Handboek Melkveehouderij vrijwel nooit voor. Voor de sporenelementen op grasland zegt het handboek dit:

Op de uitslagWat het handboek zegt voor grasland
Mangaanonderzoek naar mangaan in de grond heeft geen zin; de pH bepaalt voor een belangrijk deel het mangaan in het gras
Seleniumhoeft niet in de grond gemeten te worden
IJzer, zink en molybdeenaltijd genoeg voor de grasgroei
Calciumgeen bemestingsadvies voor grasland
Koper en kobalthet advies is niet gericht op de grasgroei; er zijn geen aanwijzingen dat gras in Nederland te weinig koper heeft

Twijfel je over koper of kobalt, bespreek die getallen dan met je adviseur of dierenarts.

Wat doe je met de uitslag?

  • Is de pH te laag? Reken een kalkgift uit en strooi bij voorkeur in het najaar.
  • Zijn fosfaat of kali laag? Volg het bemestingsadvies, binnen je gebruiksruimte.
  • Vergelijk uitslagen alleen als het lab, de meetmethode, de laag en het seizoen gelijk zijn.
  • Bewaar het rapport: voor fosfaatdifferentiatie moet je het op je bedrijf hebben.
  • Laat over vier jaar opnieuw meten, zodat je ziet welke kant het op gaat.

En lavameel? Lavameel is een bodemverbeteraar, geen meststof. Het bevat weinig fosfaat en kali: meer dan 0,4% fosforpentoxide en meer dan 0,2% kaliumoxide. Voor een fosfaat- of kalitekort volg je dus het bemestingsadvies. De neutraliserende waarde van ons lavameel is niet gemeten, dus het hoort ook niet in je kalkberekening. Wat er wel in zit, lees je in de samenstelling van diabas. Het gesteente verweert langzaam, dus verwacht na een jaar geen grote verschuiving op je verslag. Meer daarover staat in hoe snel werkt lavameel? Wil je het als bodemverbeteraar gebruiken, dan kun je lavameel kopen per emmer, bigbag of los gestort.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet ik een bodemanalyse laten doen?
Het Handboek Melkveehouderij raadt één keer in de vier jaar aan. Gebruik je de uitslag voor fosfaatdifferentiatie, dan mag de dag van bemonsteren op 15 mei hoogstens 4 jaar geleden zijn.
Wanneer neem ik een grondmonster?
Bij voorkeur tussen de oogst en de volgende bemesting; standaardmonsters worden meestal in de herfst genomen. Na dierlijke mest wacht je minstens 6 weken.
Hoe diep neem ik een grondmonster op grasland en op de akker?
Grasland op 0 tot 10 cm, bouwland meestal op 0 tot 25 cm. Ga je grasland opnieuw inzaaien, bemonster dan de laag die na het ploegen boven komt, bij 25 cm ploegdiepte de laag van 15 tot 25 cm.
Wat is het verschil tussen P-CaCl2 en P-Al?
P-CaCl2 is het fosfaat dat de plant nu kan opnemen, in mg P per kg grond. P-Al is de voorraad, in mg P2O5 per 100 gram grond. Samen bepalen ze je bemestingsadvies en je fosfaatklasse bij RVO.
Is P-PAE hetzelfde als P-CaCl2?
Ja. Volgens RVO wordt P-CaCl2 ook het P-PAE-getal genoemd. Staat er P-PAE op je rapport, dan zijn dat de P-CaCl2-getallen.
Wat betekent NLV op mijn bodemanalyse?
NLV is het stikstofleverend vermogen: de stikstof die de bodem zelf per jaar levert, in kg N per hectare. Hoe hoger het NLV, hoe lager het stikstofadvies voor grasland.
Deel dit artikel WhatsApp LinkedIn E-mail
Pjotter
Geschreven door Pjotter Lava-Meel

Lees ook

Reacties

Nog geen reacties. Zeg gerust iets.